| Granaatappel (Punica Granatum) |
|
 |
|
| Herkomst |
Granaatappels zijn afkomstig uit Perzië en worden al eeuwenlang gekweekt rond de Middellandse Zee. De geslachtsnaam van de struik, Punica, is een herinnering aan de Feniciërs, die de teelt hebben verspreid, deels om religieuze redenen. Het granatum komt van het Latijnse woord voor korrel, granum. De edelsteen granaat is waarschijnlijk naar de granaatappel genoemd, niet alleen vanwege de kleur, maar ook vanwege de vorm van de cellen, die wel wat op edelsteentjes lijken.
|
| Omschrijving & Smaak |
De vrucht van de granaatappel is rond en heeft de grootte van een grapefruit (8 à 12 cm diameter). De vrucht is heel sappig en bevat grote cellen zoals een citrusvrucht, maar in elke cel zit een pitje van ongeveer 3 mm groot. Om de pitjes zit een soort gelei, zoals om de pitjes van een tomaat. Bovendien bevat de vrucht veel vellen. Omdat de vellen niet lekker smaken, vereist het eten van de vrucht het zorgvuldig pellen van elke cel. Bij rijpe vruchten is het vruchtvlees donkerrood. De schil is erg stevig en leerachtig.De granaatappel heeft een frisse zoetzure smaak. |
| Bewaren & Houdbaarheid |
Granaatappels zijn in de koelkast een week houdbaar. |
| Tips |
Gebruik voor het schoonmaken van een granaatappel een granaatappelontpitter.Een granaatappel die zwaar aanvoelt voor zijn grootte, zit waarschijnlijk vol sap. Kies bij voorkeur de glanzende vruchten en negeer vruchten met een harde of droge schil.
|
| Voedingswaarden |
|
| Recepten met Granaatappel |
|
|